Een bijzonder schrijfmomentje gisteren. Ik heb in deze redactieronde enkele hoofdstukken toegevoegd aan mijn roman, en besliste daarom het boek drie delen te geven in plaats van twee. Omdat ik elk deel met een citaat begin had ik dus ook een nieuw citaat nodig. De twee die ik al had, van Shakespeare en Nietzsche, hebben heel pertinent betrekking op de inhoud van dat deel, dus dat moest voor dit citaat ook het geval zijn, maar ik kon maar niets bedenken.

Dus greep ik gisterenavond aan het einde van mijn schrijfdag in een opwelling naar een lijst van citaten die ik bijhield in mijn schooltijd, en die ik begin jaren ’90 eens met mijn matrixprinter heb afgeprint op kettingpapier – de inkt is nog net leesbaar.

Vind ik daar bijna meteen het perfecte citaat, uit Vergilius’ Aeneis, met daarbij de opmerking “voor Boek”. Boek met een hoofdletter duidde toen op het boek dat ik zelf ooit wilde schrijven en waarvoor ik toen al ijverig notities bijhield. En zie, bijna dertig jaar later komt dat citaat dat ik toen heb bijgehouden geweldig van pas en zal het effectief belanden in dat “Boek”.