Juli stond, zoals al mijn schrijfmaanden dit jaar, helemaal in het teken van boek #1 (waarvoor ik nog steeds geen definitieve titel heb) van De Verloren Stammen van Aden.

Op 6 juli voltooide ik de zoveelste nieuwe versie, waaraan ik begin juni was begonnen.

Van 7 tot 13 juli maakte ik van de nieuwe hoofdstukken die ik dit jaar heb toegevoegd (en die dus nog minder afgeborsteld zijn) nóg een nieuwe versie, waarna ik ze opstuurde naar redacteur Sarah.

Van 14 tot 19 juli heb ik weer zitten prutsen aan de proloog en het beginstuk van hoofdstuk 1. Van beide teksten van <1000 woorden heb ik al zeker 100 versies gemaakt. De proloog is nu zowat definitief, behalve een woord hier en daar. Van hoofdstuk 1 wil ik nu enkel nog aan de eerste 4 a 5 paragrafen schaven; de rest ligt vast. Ik wou dat ik hier niet zo obsessief mee bezig was, maar zolang ik denk dat het beter kan blijf ik eraan prutsen.

Van 20 tot 26 juli was ik met Jolan op reis in het Zwarte Woud. Op mijn Facebookpagina heb ik enkele foto’s gepost. Op de terugweg bezochten we Trier, de stad die is genoemd naar de Belgische stam de Trevieren. Die spelen in mijn boek een (schurken)rol, wat toch wel een extra dimensie aan het bezoek gaf 🙂

Van 27 tot 31 juli heb ik me dan gestort op het schrijven van de achterflaptekst, waarvoor ik tot hiertoe alleen maar aantekeningen had gemaakt. Dit lapje tekst van ~200 woorden is zonder twijfel het moeilijkste van al het werk dat ik aan deze roman zal hebben verricht, en ook hetgene waar ik het meest tegenop heb gekeken. Dat indachtig verloopt het eigenlijk nog redelijk vlot. Ik heb zoveel mogelijk tips gelezen, veel blurbs van soortgelijke romans gelezen bij Amazon, wat bruikbare elementen van die blurbs gepikt, en dan een structuur opgesteld en enkele versies uitgeschreven. De structuur ziet er als volgt uit:

  • een zin in cursief om de sfeer te zetten: iets over een onoverwinnelijke vijand die snel naderbij komt
  • een paragraaf over de setting: de komst van een veroveraar die de verdeelde Belgische stammen wil onderwerpen
  • een paragraaf over mijn hoofdpersoon Malderik en de rol die hij wil spelen in de komende oorlog
  • een paragraaf over de goden, die sinds de komst van een mysterieuze boodschap heel andere dingen dan de oorlog aan hun hoofd hebben, en Malderik daarvoor willen inzetten
  • een paragraaf over de andere belangrijke personages: de priester Obaris, zijn leerlinge Ester, de druïde Segovax en de priesteres Zara
  • een paragraaf waarin ik zeg dat dit een historische roman is, maar ook het begin van een science fantasy epos

Aan die structuur hou ik nu wel vast denk ik, anders ga ik hier ook honderd versies van maken. De meeste paragrafen zijn maar één zin lang.

In augustus hoop ik niet al te veel tijd meer te spenderen aan die korte tekstjes. Ik wil vooral aan de definitieve versie van de roman werken, te beginnen met de door Sarah geredigeerde nieuwe hoofdstukken, en hoop daarin heel ver te geraken. In september moet het manuscript in ieder geval klaar zijn.

Ik begin sterk te voelen dat ik sinds mei helemaal niets nieuws meer heb geschreven maar enkel nog zit te editen. Het verlangen naar weer creatief bezig te zijn groeit, maar ik verbied mezelf nog aan een kortverhaal te beginnen voor boek #1 gepubliceerd is. Ik begin dus meer en meer aan boek #2 te denken, dat ik in 2019 heb uitgeschreven maar waar ik nog veel aan wil veranderen.